Slim besparen begint bij wat er al staat
Veel organisaties die willen verduurzamen, maken dezelfde fout: ze starten met vervangen in plaats van optimaliseren. Nieuwe warmtepompen, extra isolatie, andere installaties. Terwijl de grootste winst vaak al verborgen zit in het bestaande gebouw. De vraag is dus hoe het huidige systeem beter benut kan worden.
![]()
Alexander Engelage
Het grootste deel van de gebouwen die in 2050 nog in gebruik zijn, staat er vandaag al. Dat maakt verduurzaming van bestaande bouw tot een van de meest urgente opgaven in de energietransitie. Installaties draaien op instellingen van tien, vijftien jaar geleden. Systemen zijn niet aangepast aan huidig gebruik. Energieverspilling gaat onopgemerkt door, simpelweg omdat bijna niemand ernaar kijkt.
Alexander Engelage, engineer en adviseur duurzaamheid bij Kieback&Peter, herkent dit patroon dagelijks. “We zien dat mensen heel graag beginnen met vernieuwing van de installatie, maar dat de eerste stap eigenlijk overgeslagen wordt: de bestaande installatie optimaliseren en het energieverbruik omlaag brengen.” Het bedrijf is gespecialiseerd in gebouwautomatisering en energiebeheer, en ontwikkelt systemen die gebouwen efficiënter en intelligenter maken.
Optimaliseren als vertrekpunt
Engelage pleit voor een gefaseerde aanpak waarbij analyse voorafgaat aan investering. Welke installaties draaien wanneer? Wat verbruikt energie als het gebouw leeg is? Door energiemeters en submeters in te lezen, worden afwijkingen snel zichtbaar. “Een energiemeter is de kanarie in de kolenmijn. Je kunt gelijk zien waar het fout gaat. Als je die niet hebt, sta je in het donker.”
In de praktijk levert deze aanpak met actieve energiemonitoring aantoonbaar resultaat op. Bij een modern kantoorgebouw met bovengemiddeld energieverbruik startte het bedrijf met energiemanagement op basis van de bestaande hoofdmeters. Al snel bleek dat installaties doordraaiden terwijl het gebouw leeg was. Door de aansturing te optimaliseren op werkelijk gebruik, zonder aanpassingen aan de installatie zelf, werd ruim twintig procent op elektriciteit bespaard en bijna tien procent op gas.
Van beheerder naar energiestrateeg
De rol van de gebouwbeheerder verandert mee. Vroeger was deze primair verantwoordelijk voor comfort en onderhoud, maar inmiddels is daar de rol van energiecoördinator bijgekomen. Engelage ziet dat die combinatie onder druk staat. “De energierol krijgt men er altijd bij. Maar het primaire proces gaat voor. Daardoor wordt het energiestuk ondergeschoven.”
Tegelijkertijd neemt de druk vanuit regelgeving toe. De GACS-verplichting dwingt gebouweigenaren om klimaatsystemen aan strengere richtlijnen te laten voldoen. “GACS raakt iedereen die met klimaatinstallaties (>290kW) werkt. Dit verplicht tot continue monitoring en datagedreven bijsturing.” Zijn advies aan directies: geef de verantwoordelijke persoon een echt mandaat, inclusief tijd, budget en draagvlak. Verduurzaming vraagt om organisatorische keuzes, niet alleen technische. Richting 2030 ziet Engelage de rol van data verder groeien. Voorspellende regelingen en AI-gestuurde klimaatbeheersing maken het mogelijk om installaties nauwkeuriger af te stemmen op werkelijk gebruik. “Zie het niet als verplichting, maar als kans. Je kunt al vijf tot twintig procent besparen zonder grote investeringen, puur door goed te kijken naar wat er nu al staat.”